Leeuwarder courant

18 juli 2012

Gewiktgewogen

Van der Kooy blijft inspirator trouw

BOLSWARD - Honderd jaar geleden is Piet van Egmond geboren. Tachtig jaar later overleed hij. Reden voor een herdenkingsconcert. En wie kon dat beter geven dan Jos van der Kooy. Al op vierjarige leeftijd zat hij aan de radio gekluisterd en volgde hij de verrichtingen van deze orgelromanticus. Mede door zijn toedoen koos Van der Kooy later voor een carrière als organist en viel hij zelfs wel eens in voor zijn inspirator.
,,Wie heeft hem nog live meegemaakt?" Ongeveer de helft van de handen ging omhoog. Tijdens concerten in kerken zal dat zijn geweest. ,,Hoewel", verklapte Van der Kooy, ,, hij zat ook graag achter een bioscoop-orgel. Dan speelde hij populair repertoire. Vol uitdrukkingskracht. Vervolgens deed hij dat ook in religieus repertoire." Al gauw werd zijn stijl dan ook omschreven als christelijk bioscooporgelspel. ,,Als er in een koraal sprake was van regen, dan kwam het bij Piet meteen met bakken uit de hemel."
Niet bij Van der Kooy. Bij hem bleef het gisteren droog, maar het beeldende van Van Egmond was tijdens dit 'in memoriam'-concert duidelijk te herkennen.

Zoals het sereen gespeelde 'Ich ruf zu dir, Herr Jesu Christ', zo slank gehouden, dat het klonk als een verstild gebed. En het feestelijke, meeslepende element in zowel Bachs Toccata BWV 564, een van de lievelingsstukken van Van Egmond, als in het menuet uit de Suite Gothique van Boëllmann.
Tijdens dit recital bleef Van der Kooy de romanticus Van Egmond trouw, maar ook zichzelf. Aan imiteren deed hij niet en een improvisatie speelde hij op zijn eigen manier, ,,anders zou het maar een slap aftreksel worden". Kortom naast een programma dat Van Egmond grotendeels op het lijf was geschreven, hoorden we ook de speelsheid en het consequente van Van der Kooy, zijn lichtvoetigheid in de variaties en de met een zekere fragiliteit neergezette basfundamenten, zoals in 'Passacaglia, koraal en fuga' van Van Egmonds docent Cornelis de Wolf.
Of Van der Kooy de pedaalsolo in 'Variaties de concert' van Bonnet net zo tot stand bracht als zijn grote voorbeeld is mij niet bekend. ,,Drie pedalen tege- lijkertijd indrukken, terwijl je maar twee voeten hebt." Liszt was ook heel creatief in het oplossen van dit soort problemen: hij sloeg volgens de anekdote pianotoetsen aan met zijn neus. Van der Kooy, zo vertelde hij, gooit zijn hakken in de strijd. RUDOLF NAMMENSMA